Posts tonen met het label zending. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zending. Alle posts tonen

vrijdag 2 november 2007

Jezus-moslims: een nieuw fenomeen



Gisteren en vandaag heb ik in de trein het laatste nummer van Soteria gelezen, een kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning. Een zeer interessant themanummer over contextualisatie (3:2007). Ik publiceer wellicht te weinig op deze blog om interessante discussies uit te lokken, maar anderzijds kan ik toch ook eens mijn best doen in beperkte tijd om een interessant onderwerp naar voren te brengen, die zeker een nuttige discussie kan uitlokken. Laat ik dat nu maar eens proberen. Het onderwerp dat in deze Soteria alle aandacht krijgt, heeft zeker het potentieel om reacties uit te lokken. Het gaat over de zogenaamde 'Jezus-moslims'. Op 14 mei 2007 werd een symposium gehouden over contextualisatie in een islamitische context onder het thema 'Jezus in de de Moskee of Moslims in de Kerk?' en naar aanleiding van dit symposium is de genoemde Soteria verschenen.
Bernard Reitsma opent de discussie met zijn artikel "Inculturalisatie of syncretisme: Uitdagingen en grenzen van contextualisatie in een islamitische context." Wat moeten evangelische zendelingen doen wanneer zij het evangelie willen uitdragen in een islamitische context? Hun evangelische achtergrond/cultuur implanteren (= inculturalisatie) of water bij de wijn doen om mensen te bereiken (wat gemakkelijk leidt tot syncretisme = vermenging van godsdiensten)? Hiermee worden de twee uitersten duidelijk aangeven. Het mag duidelijk zijn dat beiden niet de bedoeling zijn en de vraag blijft staan: wat dan wel?
Vervolgens vinden we twee interessante artikelen van Jaap Hansum, die het fenomeen 'Jezus-moslims' heeft onderzocht en dit ook verder wil onderzoeken als doctoraatsstudent en assisterend academisch personeel aan de ETF (waarmee Jaap dus een directe collega van mij is). Over hetzelfde onderwerp gaf Jaap Hansum ook een lezing tijdens de doctoraatsweek aan de ETF (september 2007), die ik met interesse heb bijgewoond. Hij introduceert in een eerste artikel het C1-C6-spectrum, wat oorspronkelijk werd gelanceerd door John Travis (met C6 als latere toevoeging voor de volledigheid). Wat wordt hiermee bedoeld? De C staat voor "Christ-centered-community', een christelijke gemeenschap dus. De nummers 1 t/m 6 geven om zo maar te zeggen de intensiteit aan van inculturatie (1) tot syncretisme (6????). Die vraagtekens plaats ik natuurlijk niet voor niets, want het is maar de vraag of we C6 als syncretistisch moeten verstaan. Laat dat nu net de vraag zijn die zo interessant is voor verdere discussie. Is het nog niet geheel duidelijk? Geen nood, hieronder worden C1-C6 iets concreter gemaakt.
C1: we zouden dit kunnen verwoorden als 'kolonisatie', d.w.z.: de christelijke cultuur van de zendeling wordt als het ware geïmplanteerd in de moslimgemeenschap.
C2: zie C1, maar "het vocabulaire van de lokale moslimbevolking" wordt wel zoveel mogelijk gebruikt om toch enige aansluiting te vinden.
C3: zie C2, maar ook 'neutrale' cultureel-religieuze elementen kunnen worden gebruikt.
C4: C1 wordt vermeden en het is bijvoorbeeld niet noodzakelijk om in een kerkgebouw samen te komen.
C5: hier kunnen we volgens Jaap Hansum een vergelijking maken met 'Messiasbelijdende Joden'; "aspecten van de normatieve islam die onverenigbaar zijn met het evangelie" worden afgewezen of geherinterpreteerd, maar voor de rest blijven de 'Messiasbelijdende moslims' binnen de Islam.
C6: moslims die door "dromen, visioenen, wonderen, radiouitzendingen of tijdens een bezoek aan het buitenland" tot geloof in Christus zijn gekomen, die in het geheim samenkomen, die hun geloof niet uitdragen, die als moslims worden beschouwd en zichzelf ook moslims noemen.
Het is bij de categorie C4 t/m C6 dat er wordt gesproken van de zogenaamde 'Jezus-moslims'. De vraag is dan ook: is dit geoorloofd of is dit veel te ver gaande contextualisatie? Verschillende artikelen in Soteria na de twee artikelen van Jaap Hansum reageren ook op deze vraag, maar deze ga ik niet ook nog samenvatten (respectievelijk gaat het om bijdragen van Gerrit Noort, Ane Mulder en J.M. Strengholt). Wel belangrijk is het om toe te voegen dat het hier (mogelijk) gaat om een proces, waarbij de status van 'Jezus-moslim' niet het einddoel is. Ik ben eens benieuwd naar reacties op bovenstaand schrijven.

woensdag 15 augustus 2007

Het huwelijk tussen gebed en zending

"24-7 gaat voornamelijk over het huwelijk tussen gebed en zending. We geloven dat dit een belangrijke combinatie is. Gebed en evangelisatie zijn in de Bijbel nauw verweven en hebben in de hele kerkgeschiedenis altijd krachtig samengewerkt" (Dag en nacht roepen zij tot God, 335).

Gisteren zag ik in de christelijke boekenhandel een boek liggen met de naam Pete Greig op de voorkant gedrukt. Ik denk: "Hé, die ken ik!" Niet persoonlijk, maar wel van lezen en horen. Ik nam het boek in mijn handen: Pete Greig en Dave Roberts, Dag en nacht roepen zij tot God: het verbazingwekkende verhaal van het 24-7-gebed (Hoornaar: Gideon, 2007). Een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk Engelse werk Red Moon Rising (Kingsway Publications, 2003). Ik had Red Moon Rising al verschillende keren in mijn handen gehad en het is me vaak aangeprezen, maar ik ben er niet toe gekomen om het ook te lezen. Wel heb ik eerder met genoegen een bijdrage van Pete Greig gelezen in een publicatie rondom de 'emergent conversation': Pete Greig, "The Missiology of Prayer," In Greg Russinger and Alex Field (eds.), Practitioners: Voices within the Emerging Church (Ventura, CA: Regal Books, 2005). Nu ik Red Moon Rising in Nederlandse editie zag staan, kon ik de verleiding niet weerstaan om het in de winkel te laten liggen en een dag later heb ik het boek uitgelezen.

Dag en nacht roepen zij tot God is het verbazingwekkende verhaal achter 24-7. Pete Greig is de initiatiefnemer van deze internationale en interkerkelijke zendings- en gebedsbeweging (zie http://www.24-7prayer.com/). Zelf meldt Pete overigens dat het nooit zijn idee, maar Gods idee is geweest (Dag en nacht roepen zij tot God, 290). Dit verhaal achter 24-7 laat ons zien dat jongeren (vooral niet-christelijke jongeren) diep verlangen naar gebed, dat mensen hierdoor op vele plaatsen de weg naar Christus vinden en ten diepste dat zending en gebed bij elkaar horen. Dit boek lees je in no-time uit--ook al telt het ruim 350 bladzijden--en het beweegt ongetwijfeld om zelf ook te bidden en getuigen. Lezen dus! De 24-7-beweging is één van vele positieve signs of emergence (sorry voor Engels, maar daar is geen Nederlandse vertaling voor die ook nog mooi klinkt:-). In de opkomende cultuur (emerging culture) staan christenen voor een grote uitdaging: "Als christenen op de juiste manier in deze woelige tijden staan, zich aanpassen aan de veranderende cultuur en op zoek gaan naar nieuwe woorden voor tijdloze waarheden, dan zal het evangelie zich de komende jaren sneller verbreiden, omdat de mensen begrijpen waarover het gaat. Aan de andere kant, als de kerk deze cultuuromslag niet goed oppakt, het verleden koestert en zich tegen elke verandering verzet, dan lopen we het risico de aansluiting te missen en in een toenemende strijd verwikkeld te raken . . . Hoe je de cultuur ook noemt--progressief of postmodern--de uitdaging blijft gelijk: we moeten de kerk opnieuw uitvinden, zonder de boodschap te veranderen" (Dag en nacht roepen zij tot God, 45). In evangelisch Vlaanderen is de roep van 24-7 trouwens niet helemaal vreemd (neem een kijkje op http://www.kniel.be/ en http://www.breeze.be/).

De kerk heeft een missie. Een missie die krachtig moet worden gedragen door gebed, want het is Gods missie die wij willen vervullen en niet de onze. Maar als we alleen maar zouden bidden, dan komt er ook niets van onze missie terecht. Zending en gebed horen bij elkaar. Daarom spreekt Pete Greig ook van een "missiology of prayer" in bovenvermeld boek Practitioners. Hij spreekt zelfs van een huwelijk tussen zending en gebed in het citaat helemaal bovenin. Hopelijk zullen zij--eenmaal getrouwd--elkaar aanvullen, verrijken, en altijd trouw blijven. Opdat velen de weg naar Christus mogen vinden.

vrijdag 3 augustus 2007

Effectieve communicatie

"Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En ónze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus" (1 Johannes 1:3).


De boodschap van christenen is er één om te delen en niet om voor jezelf te houden. Dat is al eeuwenlang zo en in de 'emergent conversation' is dat niet anders. It's all about mission! Evangelisatie kan alleen maar plaatsvinden door communicatie en voor communicatie is betrokkenheid noodzakelijk. In deze post ga ik op zoek naar de betekenis van communicatie en naar wat sleutels voor effectieve communicatie, waarvoor ik dankbaar gebruik maak van inzichten uit het volgende werk: Donald K. Smith, Creating Understanding: A Handbook for Christian Communication Across Cultural Landscapes (Grand Rapids, MI: Zondervan, 1992).

De etymologie van het woord 'communicatie' maakt direct het onlosmakelijke verband tussen relatie en communicatie duidelijk. Uit het stamwoord communis (Latijn) is een hele reeks Engelse woorden afgeleid: #common #commune #community #communism #communion #communication. De Engelse taal toont duidelijk de verwantschap tussen de woorden 'gemeenschap' en 'communicatie'. Voor effectieve communicatie is gemeenschappelijk goed van belang. In het begin--als mensen elkaar niet of niet zo goed kennen--is er heel weinig gemeenschappelijk goed. Of liever gezegd: die is er wel, maar dat weten ze nog niet van elkaar. Dat ontdekt men door met elkaar in gesprek te gaan. Hoe beter men elkaar leert kennen en hoe meer men voor elkaar openstaat, hoe meer gemeenschappelijke grond men ontdekt. Natuurlijk zullen er ook vele verschillen ontdekt worden, maar vanuit gemeenschappelijke grond is er een goede basis van respect en betrokkenheid om verschillen open en eerlijk met elkaar te bespreken. Communicatie is meer dan doorgeven van informatie; het is betrokken zijn met elkaar en van daaruit zal gemeenschap groeien. De basis voor effectieve communicatie is wederzijdse betrokkenheid.

Werkelijke betrokkenheid met een ander ontstaat niet zomaar. Je moet daarvoor openstaan voor de context, de cultuur van de ander. Dat geldt niet alleen voor zendelingen in het buitenland, maar net zo goed voor effectieve communicatie met je buurman of buurvrouw. Smith noemt een aantal fasen in effectieve communicatie die van belang zijn (Creating Understanding, 30-36):
(1) Leer de taal van de ander; Voor een zendeling(e) in het buitenland is dit natuurlijk van wezenlijk belang (vind ik tenminste), maar zelfs wanneer mensen dezelfde taal spreken, kunnen zij op een totaal andere golflengte zitten. Gevoeligheid daarvoor is van enorm belang. De taal van de ander leren kennen is daarvoor een grote hulp. Een kind leert te spreken door te luisteren, te imiteren en te participeren in het leven van zijn/haar familie en gemeenschap. Daarmee kunnen we correcte taalstudie misschien wel het beste vergelijken.
(2) Deel ervaringen met de ander; Hoe beter je de taal van de ander leert kennen en spreken, hoe meer ruimte er zal ontstaan om ervaringen te delen. Hiervoor is het goed om niet alleen maar met anderen te spreken, maar ook om dingen met ze te doen.
(3) Neem actief deel in de context, de cultuur van de ander; Als je verhuist naar een nieuwe stad, dan onderneem je zeker in het begin van alles om de stad goed te leren kennen. Je bestudeert de plattegrond, je wandelt rond, je observeert goed en ook is het goed om deel te nemen aan georganiseerde aktiviteiten, monumenten te bezoeken, etc. Ik doe dat toch de afgelopen 10 maanden in Hasselt en dat helpt enorm om de stad te leren kennen. Het is nieuw, het is anders dan je gewend bent, maar door actieve deelname wordt het wel steeds meer ook jouw eigen plekje en ga je je veel sneller thuisvoelen. Dat geldt evenzeer in contacten met anderen. Leer de wereld van de ander kennen, toon interesse en onderneem stappen om die wereld ook van binnen te leren kennen. Sommigen zijn dan direct bang dat normen en waarden hier in het geding komen te staan, maar je hoeft daar je eigen normen en waarden echt niet voor op te geven.
(4) Probeer geloofsovertuigingen van de ander te begrijpen; Welke fundamentele geloofsovertuigingen hebben mensen over de wereld, het leven, God en hun eigen plaats hierin? Ieder mens vult zijn/haar leven in vanuit bepaalde vooronderstellingen, bewust of onbewust. Ieder mens wil bepaalde waarden nastreven. Het is een uitdaging om deze te leren kennen en dat kan alleen door te luisteren, vragen te stellen, betrokken te zijn met de ander.
Bovenstaande fasen zijn niet bedoeld als een stappenplan voor effectieve communicatie. Doe dit, dat en dat en effectieve communicatie vindt plaats. Nee, het zijn eerder aspecten die allemaal belangrijk zijn in het proces van effectieve communicatie en het is goed om deze steeds voor ogen te houden in het contact met de ander. Betrokkenheid is ook niet zomaar de weg om effectieve communicatie mogelijk te maken. Betrokkenheid is communicatie. In al deze fasen vindt effectieve communicatie steeds plaats.
Aan "hetgeen wij gehoord en gezien hebben" in de geciteerde bijbeltekst uit 1 Johannes gaan nog een aantal woorden vooraf, waaronder de volgende: "hetgeen wij gezien hebben met onze (eigen) ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens . . ." (1 Johannes 1:1). In effectieve communicatie kunnen wij ons er niet met een paar woordjes van afmaken. Daar komen al onze zintuigen bij kijken. Daar is sprake van ware gemeenschap met de ander. Ware gemeenschap met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus en van daaruit ware gemeenschap met de ander.