Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen

woensdag 15 augustus 2007

Het huwelijk tussen gebed en zending

"24-7 gaat voornamelijk over het huwelijk tussen gebed en zending. We geloven dat dit een belangrijke combinatie is. Gebed en evangelisatie zijn in de Bijbel nauw verweven en hebben in de hele kerkgeschiedenis altijd krachtig samengewerkt" (Dag en nacht roepen zij tot God, 335).

Gisteren zag ik in de christelijke boekenhandel een boek liggen met de naam Pete Greig op de voorkant gedrukt. Ik denk: "Hé, die ken ik!" Niet persoonlijk, maar wel van lezen en horen. Ik nam het boek in mijn handen: Pete Greig en Dave Roberts, Dag en nacht roepen zij tot God: het verbazingwekkende verhaal van het 24-7-gebed (Hoornaar: Gideon, 2007). Een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk Engelse werk Red Moon Rising (Kingsway Publications, 2003). Ik had Red Moon Rising al verschillende keren in mijn handen gehad en het is me vaak aangeprezen, maar ik ben er niet toe gekomen om het ook te lezen. Wel heb ik eerder met genoegen een bijdrage van Pete Greig gelezen in een publicatie rondom de 'emergent conversation': Pete Greig, "The Missiology of Prayer," In Greg Russinger and Alex Field (eds.), Practitioners: Voices within the Emerging Church (Ventura, CA: Regal Books, 2005). Nu ik Red Moon Rising in Nederlandse editie zag staan, kon ik de verleiding niet weerstaan om het in de winkel te laten liggen en een dag later heb ik het boek uitgelezen.

Dag en nacht roepen zij tot God is het verbazingwekkende verhaal achter 24-7. Pete Greig is de initiatiefnemer van deze internationale en interkerkelijke zendings- en gebedsbeweging (zie http://www.24-7prayer.com/). Zelf meldt Pete overigens dat het nooit zijn idee, maar Gods idee is geweest (Dag en nacht roepen zij tot God, 290). Dit verhaal achter 24-7 laat ons zien dat jongeren (vooral niet-christelijke jongeren) diep verlangen naar gebed, dat mensen hierdoor op vele plaatsen de weg naar Christus vinden en ten diepste dat zending en gebed bij elkaar horen. Dit boek lees je in no-time uit--ook al telt het ruim 350 bladzijden--en het beweegt ongetwijfeld om zelf ook te bidden en getuigen. Lezen dus! De 24-7-beweging is één van vele positieve signs of emergence (sorry voor Engels, maar daar is geen Nederlandse vertaling voor die ook nog mooi klinkt:-). In de opkomende cultuur (emerging culture) staan christenen voor een grote uitdaging: "Als christenen op de juiste manier in deze woelige tijden staan, zich aanpassen aan de veranderende cultuur en op zoek gaan naar nieuwe woorden voor tijdloze waarheden, dan zal het evangelie zich de komende jaren sneller verbreiden, omdat de mensen begrijpen waarover het gaat. Aan de andere kant, als de kerk deze cultuuromslag niet goed oppakt, het verleden koestert en zich tegen elke verandering verzet, dan lopen we het risico de aansluiting te missen en in een toenemende strijd verwikkeld te raken . . . Hoe je de cultuur ook noemt--progressief of postmodern--de uitdaging blijft gelijk: we moeten de kerk opnieuw uitvinden, zonder de boodschap te veranderen" (Dag en nacht roepen zij tot God, 45). In evangelisch Vlaanderen is de roep van 24-7 trouwens niet helemaal vreemd (neem een kijkje op http://www.kniel.be/ en http://www.breeze.be/).

De kerk heeft een missie. Een missie die krachtig moet worden gedragen door gebed, want het is Gods missie die wij willen vervullen en niet de onze. Maar als we alleen maar zouden bidden, dan komt er ook niets van onze missie terecht. Zending en gebed horen bij elkaar. Daarom spreekt Pete Greig ook van een "missiology of prayer" in bovenvermeld boek Practitioners. Hij spreekt zelfs van een huwelijk tussen zending en gebed in het citaat helemaal bovenin. Hopelijk zullen zij--eenmaal getrouwd--elkaar aanvullen, verrijken, en altijd trouw blijven. Opdat velen de weg naar Christus mogen vinden.

vrijdag 10 augustus 2007

Kunnen christelijke gemeenschappen die zijn en die opkomen elkaar vinden?

In de tijd van de Reformatie heeft Maarten Luther nooit willen breken met de Rooms-Katholieke Kerk en toch is die breuk gekomen. Was deze breuk nodig of kon deze worden voorkomen? Ik denk niet dat het eenvoudig is om deze vraag te beantwoorden. Zoveel mensen, zoveel gedachten. In ieder geval moeten we een breuk vaststellen en dat valt niet meer terug te draaien.

Kunnen we vandaag spreken van een nieuwe Reformatie met de opkomst van postmoderne christelijke gemeenschappen? Volgens sommigen wel (lees bijvoorbeeld Carl Raschke, The Next Reformation: Why Evangelicals Must Embrace Postmodernity, Grand Rapids, MI: Baker, 2004) en volgens anderen niet. Ook hier: zoveel mensen, zoveel gedachten. Vanuit de gedachte ecclesia semper reformanda--de gemeente moet altijd worden hervormd--vind ik het zelf in ieder geval geen probleem om van een soort reformatie te spreken. Veel belangrijker is de vraag of christelijke gemeenschappen die zijn (bestaande kerken) en christelijke gemeenschappen die opkomen (emerging churches) elkaar kunnen vinden of niet. Moeten we een nieuwe breuk verwachten of reeds vaststellen of is dat helemaal niet nodig?

Na het ontvangen van het boek An Emergent Manifesto of Hope (EMH) afgelopen maandag (zie vorige bericht), heb ik de helft alweer gelezen. Eén bijdrage in dit boek heeft mij in het bijzonder geprikkeld om deze post te schrijven, namelijk die van Tim Conder, The Existing Church/Emerging Church Matrix: Collision, Credibility, Missional Collaboration, and Generative Friendship (EMH, 97-107). Tim Conder is al 15 jaar lang actief betrokken als oudste en onderwijzer in een bestaande evangelische gemeente, hij is vanaf het begin actief betrokken in de Emergent Conversation en hij is voorganger van 'Emmaus Way', een Emergent gemeenschap in Durham, North Carolina. Hij heeft de emerging church (EC) dus zowel van binnenuit als van buitenaf leren kennen. Hij heeft in die dubbele leiderschapspositie (hij spreekt zelf van "dual citizenship") veel conflictsituaties meegemaakt, maar hij is toch heel optimistisch over de toekomst: ". . . my leadership journey in the existing church and the emerging church has given me a vision for the future matrix of relationships between existing churches and the emergent community and the missional possibilities for this potential friendship" (EMH, 99). Hij gelooft dus dat het mogelijk is dat christelijke gemeenschappen die zijn en die opkomen elkaar kunnen gaan vinden en elkaar kunnen gaan verrijken. Dat zal echter niet vanzelf gebeuren. Drie dingen zijn daar zeker voor nodig volgens Tim Conder (EMH, 103-107):
(1) Kritische cultuuranalyse; Voor bestaande christelijke gemeenschappen wijst dit op de noodzaak om de cultuur waarin we leven serieus te nemen (wat de EC vooral doet) en voor de EC wijst dit op de noodzaak om de cultuur kritisch te bestuderen, zodat de essentiële kenmerken en praktijken van de christelijke gemeente essentieel zullen blijven (wat bestaande gemeenten vooral doen).
(2) Minder selectieve toeëigening van de kerkgeschiedenis; Voor met name Protestants-christelijke gemeenschappen betekent dit dat men verder terug kijkt dan de Reformatie. Dan zal er wellicht meer begrip ontstaan voor de EC, die zoveel passie heeft voor bijvoorbeeld het mystieke, het mysterieuze, geestelijke disciplines, het narratieve van de Schrift, het monastieke, etc. Voor de EC betekent dit juist dat men niet voorbijgaat aan de Reformatie. Conder schrijft: "In some cases, we need to find our heritage less in Foucault and postmodern critics and more in formative thoughts of Reformation theologians whose battle with modernity carved our path into postmodernity" (EMH, 105).
(3) Verschuiving in het theologische dialoog; De vraag die snel centraal staat in het theologische dialoog tussen bestaande en opkomende christelijke gemeenschappen is: "Wie hoort er thuis in de kerk en wie niet?" Hier ligt vooral een uitdaging voor bestaande gemeenten. Het gaat er toch vooral om wie we willen bereiken? Er moet een verschuiving in het gesprek plaatsvinden van binnen naar buiten de 'kerkmuren', "from the community borders of initiation to the inner spaces of missional imagination" (EMH, 106). Als de missie ook in het theologisch debat voorop wordt gesteld, dan zal de dialoog gemakkelijker vrucht kunnen dragen.
Met veel genoegen heb ik de bijdrage van Tim Conder gelezen. Hij ziet niet graag breuken tussen christenen--die helaas al veel te vaak zijn voorgekomen in de voorbije en recente kerkgeschiedenis--en hij laat in zijn eigen bediening ook zien dat dit niet nodig is. Ik herken zijn verlangen om elkaar te vinden meteen, want het is ook mijn diepe verlangen dat christenen volwassen genoeg zijn om samen te werken en elkaar niet tegen te werken. Zeker in evangelisch Vlaanderen lijkt mij dit belangrijk, want zo groot is het percentage evangelische christenen er niet. Ik werk zelf in een evangelische gemeente en ik volg actief de 'emergent conversation'. Ik voorzie nog wel conflictsituaties tussen beiden, maar ik ben toch even hoopvol als Tim Conder.
"Aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods" (Romeinen 15:7).

vrijdag 3 augustus 2007

Effectieve communicatie

"Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En ónze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus" (1 Johannes 1:3).


De boodschap van christenen is er één om te delen en niet om voor jezelf te houden. Dat is al eeuwenlang zo en in de 'emergent conversation' is dat niet anders. It's all about mission! Evangelisatie kan alleen maar plaatsvinden door communicatie en voor communicatie is betrokkenheid noodzakelijk. In deze post ga ik op zoek naar de betekenis van communicatie en naar wat sleutels voor effectieve communicatie, waarvoor ik dankbaar gebruik maak van inzichten uit het volgende werk: Donald K. Smith, Creating Understanding: A Handbook for Christian Communication Across Cultural Landscapes (Grand Rapids, MI: Zondervan, 1992).

De etymologie van het woord 'communicatie' maakt direct het onlosmakelijke verband tussen relatie en communicatie duidelijk. Uit het stamwoord communis (Latijn) is een hele reeks Engelse woorden afgeleid: #common #commune #community #communism #communion #communication. De Engelse taal toont duidelijk de verwantschap tussen de woorden 'gemeenschap' en 'communicatie'. Voor effectieve communicatie is gemeenschappelijk goed van belang. In het begin--als mensen elkaar niet of niet zo goed kennen--is er heel weinig gemeenschappelijk goed. Of liever gezegd: die is er wel, maar dat weten ze nog niet van elkaar. Dat ontdekt men door met elkaar in gesprek te gaan. Hoe beter men elkaar leert kennen en hoe meer men voor elkaar openstaat, hoe meer gemeenschappelijke grond men ontdekt. Natuurlijk zullen er ook vele verschillen ontdekt worden, maar vanuit gemeenschappelijke grond is er een goede basis van respect en betrokkenheid om verschillen open en eerlijk met elkaar te bespreken. Communicatie is meer dan doorgeven van informatie; het is betrokken zijn met elkaar en van daaruit zal gemeenschap groeien. De basis voor effectieve communicatie is wederzijdse betrokkenheid.

Werkelijke betrokkenheid met een ander ontstaat niet zomaar. Je moet daarvoor openstaan voor de context, de cultuur van de ander. Dat geldt niet alleen voor zendelingen in het buitenland, maar net zo goed voor effectieve communicatie met je buurman of buurvrouw. Smith noemt een aantal fasen in effectieve communicatie die van belang zijn (Creating Understanding, 30-36):
(1) Leer de taal van de ander; Voor een zendeling(e) in het buitenland is dit natuurlijk van wezenlijk belang (vind ik tenminste), maar zelfs wanneer mensen dezelfde taal spreken, kunnen zij op een totaal andere golflengte zitten. Gevoeligheid daarvoor is van enorm belang. De taal van de ander leren kennen is daarvoor een grote hulp. Een kind leert te spreken door te luisteren, te imiteren en te participeren in het leven van zijn/haar familie en gemeenschap. Daarmee kunnen we correcte taalstudie misschien wel het beste vergelijken.
(2) Deel ervaringen met de ander; Hoe beter je de taal van de ander leert kennen en spreken, hoe meer ruimte er zal ontstaan om ervaringen te delen. Hiervoor is het goed om niet alleen maar met anderen te spreken, maar ook om dingen met ze te doen.
(3) Neem actief deel in de context, de cultuur van de ander; Als je verhuist naar een nieuwe stad, dan onderneem je zeker in het begin van alles om de stad goed te leren kennen. Je bestudeert de plattegrond, je wandelt rond, je observeert goed en ook is het goed om deel te nemen aan georganiseerde aktiviteiten, monumenten te bezoeken, etc. Ik doe dat toch de afgelopen 10 maanden in Hasselt en dat helpt enorm om de stad te leren kennen. Het is nieuw, het is anders dan je gewend bent, maar door actieve deelname wordt het wel steeds meer ook jouw eigen plekje en ga je je veel sneller thuisvoelen. Dat geldt evenzeer in contacten met anderen. Leer de wereld van de ander kennen, toon interesse en onderneem stappen om die wereld ook van binnen te leren kennen. Sommigen zijn dan direct bang dat normen en waarden hier in het geding komen te staan, maar je hoeft daar je eigen normen en waarden echt niet voor op te geven.
(4) Probeer geloofsovertuigingen van de ander te begrijpen; Welke fundamentele geloofsovertuigingen hebben mensen over de wereld, het leven, God en hun eigen plaats hierin? Ieder mens vult zijn/haar leven in vanuit bepaalde vooronderstellingen, bewust of onbewust. Ieder mens wil bepaalde waarden nastreven. Het is een uitdaging om deze te leren kennen en dat kan alleen door te luisteren, vragen te stellen, betrokken te zijn met de ander.
Bovenstaande fasen zijn niet bedoeld als een stappenplan voor effectieve communicatie. Doe dit, dat en dat en effectieve communicatie vindt plaats. Nee, het zijn eerder aspecten die allemaal belangrijk zijn in het proces van effectieve communicatie en het is goed om deze steeds voor ogen te houden in het contact met de ander. Betrokkenheid is ook niet zomaar de weg om effectieve communicatie mogelijk te maken. Betrokkenheid is communicatie. In al deze fasen vindt effectieve communicatie steeds plaats.
Aan "hetgeen wij gehoord en gezien hebben" in de geciteerde bijbeltekst uit 1 Johannes gaan nog een aantal woorden vooraf, waaronder de volgende: "hetgeen wij gezien hebben met onze (eigen) ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens . . ." (1 Johannes 1:1). In effectieve communicatie kunnen wij ons er niet met een paar woordjes van afmaken. Daar komen al onze zintuigen bij kijken. Daar is sprake van ware gemeenschap met de ander. Ware gemeenschap met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus en van daaruit ware gemeenschap met de ander.

woensdag 25 juli 2007

Amazing Grace

Vrijwel iedereen met een christelijke achtergrond kent het lied "Amazing Grace" wel. Genade, zo oneindig groot. "De genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen" (Johannes 1:17). Helaas kennen steeds minder mensen de overweldige rijkdom van Gods genade in een postchristelijke cultuur. De postmoderne filosoof Mark C. Taylor haalt de eerste 'a' weg in "amazing grace," zodat "amazing grace" verandert in "mazing grace." Het woord 'maze' betekent 'doolhof' of 'labyrint'. Meer en meer mensen in een postchristelijke samenleving dwalen rond in een doolhof. Zij vinden hun weg niet meer. Vele opties staan voor hen open en hoewel dit aantrekkelijk lijkt, helpt dit mensen niet verder. Daarom leven we ook in een tijd waarin veel spirituele honger bestaat. Mensen vinden geen rust en zij dwalen rond op zoek naar rust.

Misschien is "mazing grace" dan toch niet zo'n goede optie. Als dwalen ons lot is, dan zullen we genade nooit vinden. De Here Jezus biedt genade aan. "Komt tot mij, allen, die vermoeid en belast zijt [of, zo je wilt, allen die dwalen], en Ik zal U rust geven," zegt Jezus (Mattheüs 11:28). In een samenleving waarin het grote christelijke verhaal moet ophouden te bestaan, geloof ik nog altijd dat de mens juist in dit verhaal genade en rust vindt en in dit verhaal krijgt zijn of haar persoonlijke verhaal werkelijk betekenis. Anthony Thiselton verwoordt dit prachtig als volgt: "The self perceives its call and its value as one-who-is-loved within the larger narrative plot of God's loving purposes for the world, for society and for the self." Anthony C. Thiselton, Interpreting God and the Postmodern Self: On Meaning, Manipulation and Promise (Grand Rapids, MI: Eerdmans, 1995), 160.

Ik ben liever een pelgrim op weg met een duidelijk doel voor ogen dan iemand die ronddwaalt in een doolhof en geen idee heeft welke kant hij of zij op moet gaan. U ook?
Genade, zo oneindig groot.
Dat ik, die 't niet verdien
het leven vond, want ik was dood
en blind, maar nu kan 'k zien.

dinsdag 24 juli 2007

Roger Oakland verwerpt contextuele theologie

Vandaag ontving ik van een broeder uit de gemeente de laatste nieuwsbrief van Lighthouse, waarin ik een artikel las van Roger Oakland, Contextual Theology - Falling From Truth Through the Emerging Church. Oakland heeft het niet op de emerging church en ook niet op contextuele theologie in het algemeen. In de zogenaamde emerging churches staat niet langer het Woord van God centraal in de preek, maar de ervaringen van mensen worden gedeeld en in het licht daarvan wordt door middel van verhalen en symbolen het Woord van God bestudeerd. In contextuele theologie moet de bijbelse boodschap zogezegd worden aangepast aan de context (cultuur, etniciteit, geschiedenis). Met de woorden van Oakland: "since cultures and societies are always changing, the Word must change with it and be conformed to these changes." Oakland wijst daarentegen op Romeinen 12:2, waar Paulus schrijft: "wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken." Oakland waarschuwt ons voor de 'emergent conversation': "the emergents are leading followers in the opposite direction, teaching that the Word of God needs to be conformed to people and cultures instead of allowing it to conform lives through Jesus Christ." Niet de cultuur, maar het Woord van God moet de gezaghebbende norm zijn voor ons leven.
Het Woord van God is zeker de gezaghebbende waarheid in alle tijden en het verliest niets aan relevantie door alle eeuwen heen. Dat deel ik van harte met Oakland. Aan het Woord van God moeten wij niets toevoegen en niets afnemen (Openbaring 22:18-19). De boodschap blijft altijd dezelfde. Ik vraag mij echter af of Oakland een goed begrip van contextuele theologie naar voren brengt. Contextuele theologie wil niet per definitie de bijbelse norm vervangen door een culturele norm. Dit is zeker altijd een aanwezig gevaar en daarom ben ik blij met deze waarschuwing, maar het is wel wat kort door de bocht om te stellen dat men zich hier in de 'emergent conversation' aan schuldig maakt. Men wil de cultuur waarin we leven serieus nemen, maar men wil helemaal niet de cultuur tot norm verheffen. Volgens Oakland zouden 'emergents' hun volgelingen aanzetten om gelijkvormig te worden aan de cultuur in plaats van Jezus Christus. Identificatie met Jezus Christus is echter één van de belangrijkste zaken die men in de 'emergent conversation' wil voorstaan. Zie bijvoorbeeld Eddie Gibbs en Ryan K. Bolger, Emerging Churches: Creating Christian Community in Postmodern Cultures (Grand Rapids, MI: Baker, 2005), 47-63.
We zijn als christenen niet "van de wereld" en daarom moeten we ook niet gelijkvormig worden aan deze wereld, maar we blijven wel een plaats hebben "in de wereld" en we worden ook geroepen om het evangelie te verkondigen "in de wereld." We moeten dan wel de cultuur (lees: context) waarin we leven bestuderen, serieus nemen en zoeken naar wegen om ons licht te doen schijnen. Mijns inziens is dit precies waar de 'emerging conversation' zich mee bezighoudt en we doen er goed aan deze dialoog actief te volgen. De waarschuwing om ons niet te laten leiden door de cultuur, maar door het Woord van God, neem ik daarbij natuurlijk ernstig ter harte. Het kan daarom nooit kwaad om kritische geluiden als die van Oakland goed te bestuderen. Begin augustus verschijnt een nieuw boek van Oakland op de markt, waarin de 'emergent conversation' kritisch onder de loep wordt genomen, getiteld Faith Undone: The Emerging Church - A New Reformation or an Endtime Deception.

zaterdag 14 juli 2007

Lieven Boeve over de kloof tussen geloof en cultuur

Vandaag even bij de Slegte in Hasselt binnengelopen. Ik was het al lang van plan. Ik woon nu zo'n 10 maanden in Hasselt en ik ben al verschillende keren langs de Slegte gefietst, steeds met de gedachte: "hier moet ik zeker eens langsgaan." Het is er nu pas van gekomen. Op de afdelingen 'godsdienst' en 'theologie' stonden niet heel veel boeken en wat er te vinden was, was natuurlijk voornamelijk Rooms-Katholieke theologie. Toch niet oninteressant voor een evangelische theoloog die werkt in een Rooms-Katholiek land (voor zover we nog van een Rooms-Katholieke cultuur kunnen spreken dan; zie verderop meer over de 'postchristelijke cultuur').

Voor een prikkie zag ik een interessant boek staan: Lieven Boeve (red.). De kerk in Vlaanderen: avond of dageraad? Leuven: Davidsfonds, 1999. Kan nooit weg voor een Nederlandse voorganger in Vlaanderen om wat meer inzicht te vergaren over de kerk in Vlaanderen. Ik las vanavond de eerste bijdrage, Geloof op zoek naar inzicht, van de redacteur, Lieven Boeve. In november 2006 heb ik Lieven Boeve ontmoet op een conferentie over "Augustine and the Postmodern Thought" aan de Katholieke Universiteit (KUL) in Leuven. Lieven Boeve is hoogleraar Systematische Theologie aan de KUL, faculteit Godgeleerdheid. Zijn bijdrage was zeer de moeite waard. Niet alleen geeft het me wat meer inzicht over de kerk in Vlaanderen; laat hij nu net schrijven over het thema waar ik me met mijn studie ook mee bezighoud, namelijk "geloof, kerk-zijn en postmodernisme."

Ik heb in de introductie van deze blog beloofd te schrijven over wat ik onderweg ontdek doorheen mijn studie en ervaringen en hier dan een eerste bijdrage n.a.v. wat ik vanavond las. Ik ben natuurlijk niet de enige die mij bezighoud met de 'emergent conversation'. Voor heel veel goede informatie, artikelen en links over de 'emergent conversation' verwijs ik naar de weblog From Dialogue to Discipleship van Filip de Cavel (http://filipdecavel.wordpress.com/). Ik wil bijdragen leveren vanuit allerlei andere interessante invalshoeken waar ik onderweg tegenaan loop en niet klakkeloos herhalen wat ergens anders ook kan worden gevonden. Een stukje bezinning van een evangelische christen over de kloof tussen geloof en cultuur naar aanleiding van een artikel van een Rooms-katholieke theoloog lijkt me de moeite waard.

Lieven Boeve merkt op dat we kunnen spreken van een kloof tussen geloof en cultuur in Vlaanderen. "Cultuur en samenleving dragen het gelovig-zijn niet meer" (De kerk in Vlaanderen, 14). In de 'emergent conversation' wordt veelal gesproken van een 'postchristelijke cultuur'. Boeve wijst op de overgang van een moderne naar een postmoderne tijd. Ook dat komen we voortdurend tegen in de 'emergent conversation'. Degenen die deelnemen aan de opkomende dialoog (de 'emergent conversation' dus) delen de overtuiging dat hedendaagse kerkmodellen nog teveel geworteld zijn in de moderne cultuur, een cultuur die niet meer de heersende cultuur is vandaag. Met andere woorden: kerken vandaag hebben niets meer te zeggen in de cultuur waarin ze nu leven. Boeve schrijft: "Levend in en participerend aan de moderniteit poogden christenen de moderne rationaliteit, gericht op kennis en emancipatie, een plaats te geven in hun gelovige reflectie, en waren zo in staat cultuur en geloof te verzoenen. Maar door de culturele verschuivingen van modern naar postmodern hebben de 'grote moderne verhalen' van de kennis en de emancipatie veel van hun plausibiliteit verloren" (De kerk in Vlaanderen, 15). Dit plaatst de kerk dus voor moeilijkheden. Of voor een nieuwe uitdaging?

Boeve pleit ervoor dat we de dialoog aangaan met de cultuur waarin we leven. Op dat punt sluit ik mij van harte aan bij deze Rooms-Katholieke theoloog. Hij schrijft: "De dialoog met de actuele cultuur zal op zijn minst vereisen dat de eigen positie van de gelovige en diens christelijke geloof in die cultuur erkend en uitgeklaard wordt" (De kerk in Vlaanderen, 17). Dialoog helpt ons dus om onszelf te laten horen (anderen laten zien wie wij zijn en dat wij er zijn) en om onszelf te leren kennen (door anderen worden uitgedaagd om ons eigen geloof te onderzoeken en bevragen). De dialoog aangaan wil niet zeggen dat wij ons geloof gaan relativeren, maar dat wij ons geloof ernstig nemen (De kerk in Vlaanderen, 19). De Middeleeuwse theoloog Anselmus van Canterbury noemde dit fides quaerens intellectum (geloof dat tracht te begrijpen) en vandaar de titel van het artikel van Boeve: "geloof op zoek naar inzicht." Als ons geloof iets van waarde heeft in de actuele cultuur, dan zal het sterk genoeg zijn om de dialoog met 'de ander' aan durven te gaan en dan zal het ook belangrijk genoeg zijn om met 'de ander' te delen. Lieven Boeve raakt in zijn artikel het hart van de 'emergent conversation'.

Desalnietemmin mag een kritische noot niet ontbreken. In de één-na-laatste zin van zijn artikel schrijft Boeve: "Waren er niet de overgeleverde getuigenissen van Gods betrokkenheid op de geschiedenis van mens en wereld, en gemeenschappen die zich dat getuigenis contextueel eigen maakten, dan was deze God voor ons waarlijk ontoegankelijk" (De kerk in Vlaanderen, 27). Natuurlijk zijn er altijd getuigen en zijn ze altijd nodig. Dat deel ik van harte, maar Boeve lijkt hier te menen dat het nog bestaan van christenen afhangt van de overgeleverde getuigenissen op zich. Mijn overtuiging is dat christenen altijd bestaan en nooit zullen verdwijnen niet zomaar vanwege het overgeleverde getuigenis dat zij meekregen, maar juist vanwege de realiteit van de God van wie door alle tijden heen wordt getuigd. "Indien wij het getuigenis der mensen aannemen, het getuigenis van God is meerder, want dit is het getuigenis van God, dat Hij van zijn Zoon getuigd heeft. Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het getuigenis in zich" (1 Johannes 5:9-10, vertaling i.o.v. het Nederlands Bijbelgenootschap, 1951).

vrijdag 13 juli 2007

Introductie

Welkom op deze blog. Een impulsieve try-out van mij om eens te zien hoe dat allemaal werkt met die weblogs. Verfijning en verbetering van de weblog komt dan nog wel.

Ik ben Raymond Volgers. Ik ben afkomstig uit Eindhoven (Nederland) en sinds 1998 woon ik in België. Ik ben daarheen gegaan om theologie te studeren aan de Evangelische Theologische Faculteit (http://www.etf.edu/) in Leuven. Daar heb ik eerst de driejarige opleiding theologie gevolgd, waarna ik de Masteropleiding theologie heb gevolgd en sinds september 2005 volg ik het doctoraatsprogramma en werk ik als AAP (assisterend academisch personeel) aan dezelfde onderwijsinstelling. Sinds september 2006 woon ik in Hasselt, waar ik naast mijn studie en werk in Leuven ook deeltijds werk in de Vrije Evangelische Gemeente 'De Zaaier' in Hasselt (http://www.dezaaier.org/).

Voor mijn studie ben ik de 'emergent conversation' aan het volgen, een wereldwijd opkomend dialoog waarin de vraag gesteld wordt hoe we gemeente kunnen zijn en gehoor kunnen geven aan de opdracht die Jezus ons geeft in een cultuur die bekend staat als de postmoderne cultuur. In deze weblog wil ik hier aandacht aan geven. Ik typeer mijzelf als een 'pilgrim on the move'. Ik ben op weg, altijd in beweging. Ik wil graag nadenken over belangrijke vragen--daarom studeer ik graag--maar ik wil mij ook actief inzetten in een plaatselijke gemeente om de Here te dienen--daarom werk ik graag in de gemeente. De pelgrimsmetafoor heeft mij altijd ontzettend gepakt. Ik ben theoloog, maar zoals Clark H. Pinnock en Robert C. Brow schrijven in hun boek Unbounded Love: A Good News Theology for the 21st Century (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 1994), wil ik voorstaan een "pilgrim theology, not a fortress theology" (p. 167). Daarbij is de blogtitel 'Pilgrim on the Move' geïnspireerd door een lied die mijn vader heeft geschreven, getiteld 'Pilgrims on the Move'.

Al zijn we immer op weg, 'on the move', toch doen we onderweg een hoop mooie en minder mooie ontdekkingen. In deze weblog wil ik af en toe een aantal van de ontdekkingen die ik zelf doe delen en we zien wel wat het wordt dan.