Posts tonen met het label missie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label missie. Alle posts tonen

woensdag 15 augustus 2007

Het huwelijk tussen gebed en zending

"24-7 gaat voornamelijk over het huwelijk tussen gebed en zending. We geloven dat dit een belangrijke combinatie is. Gebed en evangelisatie zijn in de Bijbel nauw verweven en hebben in de hele kerkgeschiedenis altijd krachtig samengewerkt" (Dag en nacht roepen zij tot God, 335).

Gisteren zag ik in de christelijke boekenhandel een boek liggen met de naam Pete Greig op de voorkant gedrukt. Ik denk: "Hé, die ken ik!" Niet persoonlijk, maar wel van lezen en horen. Ik nam het boek in mijn handen: Pete Greig en Dave Roberts, Dag en nacht roepen zij tot God: het verbazingwekkende verhaal van het 24-7-gebed (Hoornaar: Gideon, 2007). Een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk Engelse werk Red Moon Rising (Kingsway Publications, 2003). Ik had Red Moon Rising al verschillende keren in mijn handen gehad en het is me vaak aangeprezen, maar ik ben er niet toe gekomen om het ook te lezen. Wel heb ik eerder met genoegen een bijdrage van Pete Greig gelezen in een publicatie rondom de 'emergent conversation': Pete Greig, "The Missiology of Prayer," In Greg Russinger and Alex Field (eds.), Practitioners: Voices within the Emerging Church (Ventura, CA: Regal Books, 2005). Nu ik Red Moon Rising in Nederlandse editie zag staan, kon ik de verleiding niet weerstaan om het in de winkel te laten liggen en een dag later heb ik het boek uitgelezen.

Dag en nacht roepen zij tot God is het verbazingwekkende verhaal achter 24-7. Pete Greig is de initiatiefnemer van deze internationale en interkerkelijke zendings- en gebedsbeweging (zie http://www.24-7prayer.com/). Zelf meldt Pete overigens dat het nooit zijn idee, maar Gods idee is geweest (Dag en nacht roepen zij tot God, 290). Dit verhaal achter 24-7 laat ons zien dat jongeren (vooral niet-christelijke jongeren) diep verlangen naar gebed, dat mensen hierdoor op vele plaatsen de weg naar Christus vinden en ten diepste dat zending en gebed bij elkaar horen. Dit boek lees je in no-time uit--ook al telt het ruim 350 bladzijden--en het beweegt ongetwijfeld om zelf ook te bidden en getuigen. Lezen dus! De 24-7-beweging is één van vele positieve signs of emergence (sorry voor Engels, maar daar is geen Nederlandse vertaling voor die ook nog mooi klinkt:-). In de opkomende cultuur (emerging culture) staan christenen voor een grote uitdaging: "Als christenen op de juiste manier in deze woelige tijden staan, zich aanpassen aan de veranderende cultuur en op zoek gaan naar nieuwe woorden voor tijdloze waarheden, dan zal het evangelie zich de komende jaren sneller verbreiden, omdat de mensen begrijpen waarover het gaat. Aan de andere kant, als de kerk deze cultuuromslag niet goed oppakt, het verleden koestert en zich tegen elke verandering verzet, dan lopen we het risico de aansluiting te missen en in een toenemende strijd verwikkeld te raken . . . Hoe je de cultuur ook noemt--progressief of postmodern--de uitdaging blijft gelijk: we moeten de kerk opnieuw uitvinden, zonder de boodschap te veranderen" (Dag en nacht roepen zij tot God, 45). In evangelisch Vlaanderen is de roep van 24-7 trouwens niet helemaal vreemd (neem een kijkje op http://www.kniel.be/ en http://www.breeze.be/).

De kerk heeft een missie. Een missie die krachtig moet worden gedragen door gebed, want het is Gods missie die wij willen vervullen en niet de onze. Maar als we alleen maar zouden bidden, dan komt er ook niets van onze missie terecht. Zending en gebed horen bij elkaar. Daarom spreekt Pete Greig ook van een "missiology of prayer" in bovenvermeld boek Practitioners. Hij spreekt zelfs van een huwelijk tussen zending en gebed in het citaat helemaal bovenin. Hopelijk zullen zij--eenmaal getrouwd--elkaar aanvullen, verrijken, en altijd trouw blijven. Opdat velen de weg naar Christus mogen vinden.

vrijdag 10 augustus 2007

Kunnen christelijke gemeenschappen die zijn en die opkomen elkaar vinden?

In de tijd van de Reformatie heeft Maarten Luther nooit willen breken met de Rooms-Katholieke Kerk en toch is die breuk gekomen. Was deze breuk nodig of kon deze worden voorkomen? Ik denk niet dat het eenvoudig is om deze vraag te beantwoorden. Zoveel mensen, zoveel gedachten. In ieder geval moeten we een breuk vaststellen en dat valt niet meer terug te draaien.

Kunnen we vandaag spreken van een nieuwe Reformatie met de opkomst van postmoderne christelijke gemeenschappen? Volgens sommigen wel (lees bijvoorbeeld Carl Raschke, The Next Reformation: Why Evangelicals Must Embrace Postmodernity, Grand Rapids, MI: Baker, 2004) en volgens anderen niet. Ook hier: zoveel mensen, zoveel gedachten. Vanuit de gedachte ecclesia semper reformanda--de gemeente moet altijd worden hervormd--vind ik het zelf in ieder geval geen probleem om van een soort reformatie te spreken. Veel belangrijker is de vraag of christelijke gemeenschappen die zijn (bestaande kerken) en christelijke gemeenschappen die opkomen (emerging churches) elkaar kunnen vinden of niet. Moeten we een nieuwe breuk verwachten of reeds vaststellen of is dat helemaal niet nodig?

Na het ontvangen van het boek An Emergent Manifesto of Hope (EMH) afgelopen maandag (zie vorige bericht), heb ik de helft alweer gelezen. Eén bijdrage in dit boek heeft mij in het bijzonder geprikkeld om deze post te schrijven, namelijk die van Tim Conder, The Existing Church/Emerging Church Matrix: Collision, Credibility, Missional Collaboration, and Generative Friendship (EMH, 97-107). Tim Conder is al 15 jaar lang actief betrokken als oudste en onderwijzer in een bestaande evangelische gemeente, hij is vanaf het begin actief betrokken in de Emergent Conversation en hij is voorganger van 'Emmaus Way', een Emergent gemeenschap in Durham, North Carolina. Hij heeft de emerging church (EC) dus zowel van binnenuit als van buitenaf leren kennen. Hij heeft in die dubbele leiderschapspositie (hij spreekt zelf van "dual citizenship") veel conflictsituaties meegemaakt, maar hij is toch heel optimistisch over de toekomst: ". . . my leadership journey in the existing church and the emerging church has given me a vision for the future matrix of relationships between existing churches and the emergent community and the missional possibilities for this potential friendship" (EMH, 99). Hij gelooft dus dat het mogelijk is dat christelijke gemeenschappen die zijn en die opkomen elkaar kunnen gaan vinden en elkaar kunnen gaan verrijken. Dat zal echter niet vanzelf gebeuren. Drie dingen zijn daar zeker voor nodig volgens Tim Conder (EMH, 103-107):
(1) Kritische cultuuranalyse; Voor bestaande christelijke gemeenschappen wijst dit op de noodzaak om de cultuur waarin we leven serieus te nemen (wat de EC vooral doet) en voor de EC wijst dit op de noodzaak om de cultuur kritisch te bestuderen, zodat de essentiële kenmerken en praktijken van de christelijke gemeente essentieel zullen blijven (wat bestaande gemeenten vooral doen).
(2) Minder selectieve toeëigening van de kerkgeschiedenis; Voor met name Protestants-christelijke gemeenschappen betekent dit dat men verder terug kijkt dan de Reformatie. Dan zal er wellicht meer begrip ontstaan voor de EC, die zoveel passie heeft voor bijvoorbeeld het mystieke, het mysterieuze, geestelijke disciplines, het narratieve van de Schrift, het monastieke, etc. Voor de EC betekent dit juist dat men niet voorbijgaat aan de Reformatie. Conder schrijft: "In some cases, we need to find our heritage less in Foucault and postmodern critics and more in formative thoughts of Reformation theologians whose battle with modernity carved our path into postmodernity" (EMH, 105).
(3) Verschuiving in het theologische dialoog; De vraag die snel centraal staat in het theologische dialoog tussen bestaande en opkomende christelijke gemeenschappen is: "Wie hoort er thuis in de kerk en wie niet?" Hier ligt vooral een uitdaging voor bestaande gemeenten. Het gaat er toch vooral om wie we willen bereiken? Er moet een verschuiving in het gesprek plaatsvinden van binnen naar buiten de 'kerkmuren', "from the community borders of initiation to the inner spaces of missional imagination" (EMH, 106). Als de missie ook in het theologisch debat voorop wordt gesteld, dan zal de dialoog gemakkelijker vrucht kunnen dragen.
Met veel genoegen heb ik de bijdrage van Tim Conder gelezen. Hij ziet niet graag breuken tussen christenen--die helaas al veel te vaak zijn voorgekomen in de voorbije en recente kerkgeschiedenis--en hij laat in zijn eigen bediening ook zien dat dit niet nodig is. Ik herken zijn verlangen om elkaar te vinden meteen, want het is ook mijn diepe verlangen dat christenen volwassen genoeg zijn om samen te werken en elkaar niet tegen te werken. Zeker in evangelisch Vlaanderen lijkt mij dit belangrijk, want zo groot is het percentage evangelische christenen er niet. Ik werk zelf in een evangelische gemeente en ik volg actief de 'emergent conversation'. Ik voorzie nog wel conflictsituaties tussen beiden, maar ik ben toch even hoopvol als Tim Conder.
"Aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods" (Romeinen 15:7).

zaterdag 28 juli 2007

The Art of Connecting

Een tijdje geleden kreeg ik van iemand een dun boekje over vriendschapsevangelisatie. Het is vertaald naar het Nederlands, omdat het iets te zeggen heeft voor jongeren die hun geloof met anderen willen delen in deze postmoderne tijd. Ik beveel dit boek van harte aan: Roy Crowne & Bill Muir, The Art of Connecting: Jij, Jezus en je vrienden (Almere: Coconut, 2006), vertaald en bewerkt door Martin Tensen i.s.m. enkele Youth for Christ jongerenwerkers (bekijk http://www.yfc.nl/).
Alsof het me overal achtervolgt, las ik ook hierin waarom ik mezelf als een 'pilgrim on the move' beschouw. "Het leven van een christen is een reis. We proberen allemaal onze route op de kaart te vinden. Mensen die denken dat ze al op hun eindbestemming zijn en even terugkomen om de anderen op te halen zijn in het beste geval onecht en in het ergste geval walgelijk. Om te zorgen dat je serieus wordt genomen kun je het beste authentiek en eerlijk zijn" (The Art of Connecting, 40). Als we evangelisatie--wat in The Art of Connecting het e-word wordt genoemd--in dit licht beschouwen, dan wordt luisteren naar anderen belangrijker dan spreken in evangelisatie. Mensen wachten niet direct op een evangelist, wel op een vriend. Als we niet eerst bereid zijn om te luisteren, dan hebben we ook geen recht om te spreken (The Art of Connecting, 38). In heel dit boekje gaat het over 'connecting' met anderen. Hierbij is het goed om te beseffen dat het voor God altijd draait om 'connecten' (The Art of Connecting, 63). The Art of Connecting staat boordevol goede adviezen, korte dialoogjes en belangrijke richtingaanwijzers om op een nieuwe manier naar je vrienden te kijken en hen te laten zien wat Jezus voor jou betekent. Je kunt The Art of Connecting bestellen via http://www.yfc.nl/redirect.php?id=co&idcontent=coadbb04000001v1&idknoppen=co.
Evangelisatie krijgt ook veel aandacht in de 'emergent conversation'. Er wordt veel gespoken in termen van 'missionair gemeente-zijn', omdat we als christenen op weg zijn met een missie. Dan Kimball schrijft: "The emerging church will gather in various forms, but one thing we all must have in common is a missional emphasis." Dan Kimball, The Emerging Church: Vintage Christianity for New Generations (Grand Rapids, MI: Zondervan, 2003), 92. Het is dan ook de kunst om aansluiting te vinden bij mensen met wie we in contact komen. Kortom: om ons the art of connecting eigen te maken.