Posts tonen met het label nieuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuw. Alle posts tonen

zaterdag 11 augustus 2007

Nieuw? Nee, Robijn Intensief.

Enkele jaren geleden was de reclameslogan van het zogezegd ultieme wasmiddel Robijn Intensief: "Nieuw? Nee, Robijn intensief." Iemand heeft een prachtig blinkend t-shirt aan en als iemand anders vraagt 'Nieuw?' is het antwoord 'Nee, Robijn Intensief'. Het t-shirt is al heel oud, maar dit wasmiddel maakt het zo goed als nieuw. De reclameslogan is terug te vinden bij de letter 'R' als je in het zoekprogramma van http://nl.wikipedia.org/ intypt 'lijst van Nederlandstalige reclameslogans'. In deze lijst vind je daarbij nog vele andere bekende en onbekende reclameslogans. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is terug te vinden op de Vrije Encyclopedie Wikipedia!

Waarom deze intro? Om Robijn Intensief te promoten? Ach nee, ga alstublieft niet teveel af op misleidende reclamestunten. Als we dat doen, dan worden we gek, want dan bestaan er geen slechte produkten op de markt (m.u.v. de concurrerende produkten van het produkt zelf) en als we eindelijk een goed produkt hebben gevonden, dan is er in het volgende reclameblok alweer een betere op de markt verschenen. Ik vind de slogan gewoon leuk en ik gebruik het zelf ook wel eens. Daarbij kan ik met deze slogan wel een interessante vergelijking maken. Ik heb al voor verschillende groepen mensen inhoudelijk wat kunnen vertellen over de 'emergent conversation' (theologiestudenten, gemeenteleiders of gewoon geïnteresseerden met wie ik in gesprek ben) en heel vaak komt daarna de vraag naar boven: "Is dit nu zo nieuw?" Hmm, wat antwoord ik nu op zo'n vraag? Ik heb er altijd wel iets moois van kunnen maken, geloof ik, maar nu heb ik het perfecte antwoord gevonden: "Nee, Robijn Intensief."
Kunnen we nieuwe uitvindingen werkelijk nieuw noemen? Sommigen zullen zeggen van wel, omdat de uitvinding (neem bijvoorbeeld een DVD-recorder) niet eerder bestond. Anderen zullen zeggen van niet, omdat de eerste DVD-recorder is gemaakt met reeds lang bestaande materialen en vanuit reeds lang bestaande kennis. Wie heeft er gelijk? Ik zou zeggen beiden. We kunnen bij nieuwe uitvindingen, ontwikkelingen, inititatieven, etc. met Prediker uitspreken "er is niets nieuws onder de zon" en tegelijkertijd gebruiken mensen niet zonder reden zovaak het bijvoeglijk naamwoord 'nieuw'. Misschien kunnen we hier wel van een paradox spreken.
Ook in de 'emergent conversation' komen we deze paradox tegen. We vinden in de literatuur en in de blogs vaak het bijvoeglijk naamwoord 'nieuw' en toch wordt ook zeer regelmatig naar de 'traditie' verwezen. Een traditie is per definite niet nieuw. Het paradoxale antwoord op de vraag "Is dit nu zo nieuw?" is dat het niet nieuw en toch vernieuwend is. Natuurlijk is het vernieuwend, want de bijvoeglijke naamwoorden 'emergent' en 'emerging' (= opkomend) wijzen er direct op dat er iets opkomt wat nog niet eerder was opgekomen. En toch is het ook niet nieuw, want het komt niet op uit het niets. De wereldgeschiedenis kent uiteindelijk maar 1 creatio ex nihilo (schepping uit het niets), waarover je kunt lezen in de eerste hoofstukken uit de Bijbel. Maar wat maakt het nu eigenlijk uit of het al dan niet nieuw is? Een veel belangrijkere vraag is of het al dan niet goed is. Maar dat is weer een heel andere vraag, die ik niet voor de lezer ga beantwoorden.
Hier volgt nog even het antwoord van Tony Jones op de vraag 'Nieuw?': "Ahead are the days of a 'new' way of understanding and living Christianity where there is no distinction in faith and practice. Many will rightly say to themselves on reading such words: This is nothing new. This is just what the Christian faith has always called for--from Jesus to James--faith and works living in harmony. To which I would say, 'Amen.' This pursuit is not something new to the faith, but far too often it is something new in our experience" (Tony Jones, "Theology of Practice, Practice of Theology," In An Emergent Manifesto of Hope, 172). Nieuw? Nee, Robijn Intensief. Nieuw en niet nieuw tegelijk.

vrijdag 10 augustus 2007

Kunnen christelijke gemeenschappen die zijn en die opkomen elkaar vinden?

In de tijd van de Reformatie heeft Maarten Luther nooit willen breken met de Rooms-Katholieke Kerk en toch is die breuk gekomen. Was deze breuk nodig of kon deze worden voorkomen? Ik denk niet dat het eenvoudig is om deze vraag te beantwoorden. Zoveel mensen, zoveel gedachten. In ieder geval moeten we een breuk vaststellen en dat valt niet meer terug te draaien.

Kunnen we vandaag spreken van een nieuwe Reformatie met de opkomst van postmoderne christelijke gemeenschappen? Volgens sommigen wel (lees bijvoorbeeld Carl Raschke, The Next Reformation: Why Evangelicals Must Embrace Postmodernity, Grand Rapids, MI: Baker, 2004) en volgens anderen niet. Ook hier: zoveel mensen, zoveel gedachten. Vanuit de gedachte ecclesia semper reformanda--de gemeente moet altijd worden hervormd--vind ik het zelf in ieder geval geen probleem om van een soort reformatie te spreken. Veel belangrijker is de vraag of christelijke gemeenschappen die zijn (bestaande kerken) en christelijke gemeenschappen die opkomen (emerging churches) elkaar kunnen vinden of niet. Moeten we een nieuwe breuk verwachten of reeds vaststellen of is dat helemaal niet nodig?

Na het ontvangen van het boek An Emergent Manifesto of Hope (EMH) afgelopen maandag (zie vorige bericht), heb ik de helft alweer gelezen. Eén bijdrage in dit boek heeft mij in het bijzonder geprikkeld om deze post te schrijven, namelijk die van Tim Conder, The Existing Church/Emerging Church Matrix: Collision, Credibility, Missional Collaboration, and Generative Friendship (EMH, 97-107). Tim Conder is al 15 jaar lang actief betrokken als oudste en onderwijzer in een bestaande evangelische gemeente, hij is vanaf het begin actief betrokken in de Emergent Conversation en hij is voorganger van 'Emmaus Way', een Emergent gemeenschap in Durham, North Carolina. Hij heeft de emerging church (EC) dus zowel van binnenuit als van buitenaf leren kennen. Hij heeft in die dubbele leiderschapspositie (hij spreekt zelf van "dual citizenship") veel conflictsituaties meegemaakt, maar hij is toch heel optimistisch over de toekomst: ". . . my leadership journey in the existing church and the emerging church has given me a vision for the future matrix of relationships between existing churches and the emergent community and the missional possibilities for this potential friendship" (EMH, 99). Hij gelooft dus dat het mogelijk is dat christelijke gemeenschappen die zijn en die opkomen elkaar kunnen gaan vinden en elkaar kunnen gaan verrijken. Dat zal echter niet vanzelf gebeuren. Drie dingen zijn daar zeker voor nodig volgens Tim Conder (EMH, 103-107):
(1) Kritische cultuuranalyse; Voor bestaande christelijke gemeenschappen wijst dit op de noodzaak om de cultuur waarin we leven serieus te nemen (wat de EC vooral doet) en voor de EC wijst dit op de noodzaak om de cultuur kritisch te bestuderen, zodat de essentiële kenmerken en praktijken van de christelijke gemeente essentieel zullen blijven (wat bestaande gemeenten vooral doen).
(2) Minder selectieve toeëigening van de kerkgeschiedenis; Voor met name Protestants-christelijke gemeenschappen betekent dit dat men verder terug kijkt dan de Reformatie. Dan zal er wellicht meer begrip ontstaan voor de EC, die zoveel passie heeft voor bijvoorbeeld het mystieke, het mysterieuze, geestelijke disciplines, het narratieve van de Schrift, het monastieke, etc. Voor de EC betekent dit juist dat men niet voorbijgaat aan de Reformatie. Conder schrijft: "In some cases, we need to find our heritage less in Foucault and postmodern critics and more in formative thoughts of Reformation theologians whose battle with modernity carved our path into postmodernity" (EMH, 105).
(3) Verschuiving in het theologische dialoog; De vraag die snel centraal staat in het theologische dialoog tussen bestaande en opkomende christelijke gemeenschappen is: "Wie hoort er thuis in de kerk en wie niet?" Hier ligt vooral een uitdaging voor bestaande gemeenten. Het gaat er toch vooral om wie we willen bereiken? Er moet een verschuiving in het gesprek plaatsvinden van binnen naar buiten de 'kerkmuren', "from the community borders of initiation to the inner spaces of missional imagination" (EMH, 106). Als de missie ook in het theologisch debat voorop wordt gesteld, dan zal de dialoog gemakkelijker vrucht kunnen dragen.
Met veel genoegen heb ik de bijdrage van Tim Conder gelezen. Hij ziet niet graag breuken tussen christenen--die helaas al veel te vaak zijn voorgekomen in de voorbije en recente kerkgeschiedenis--en hij laat in zijn eigen bediening ook zien dat dit niet nodig is. Ik herken zijn verlangen om elkaar te vinden meteen, want het is ook mijn diepe verlangen dat christenen volwassen genoeg zijn om samen te werken en elkaar niet tegen te werken. Zeker in evangelisch Vlaanderen lijkt mij dit belangrijk, want zo groot is het percentage evangelische christenen er niet. Ik werk zelf in een evangelische gemeente en ik volg actief de 'emergent conversation'. Ik voorzie nog wel conflictsituaties tussen beiden, maar ik ben toch even hoopvol als Tim Conder.
"Aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods" (Romeinen 15:7).