Posts tonen met het label paradox. Alle posts tonen
Posts tonen met het label paradox. Alle posts tonen

vrijdag 5 oktober 2007

Al kunnen we het niet, het is goed!

Laat ik maar meteen na een lange en zwijgzame stilte op deze weblog met de thesis die mij nu weer heeft geprikkeld in huis vallen: "That which we cannot speak of is the one thing about whom and to whom we must never stop speaking." Het is niet mijn thesis natuurlijk. Als ik zelf een thesis zou bedenken, dan zou die wel in het Nederlands worden geponeerd. Het is de thesis van Peter Rollins in zijn boek: How (Not) to Speak of God (Brewster, MA: Paraclete Press, 2006).



Peter Rollins daagt ons uit om met en over God te spreken in het volledige besef dat we eigenlijk niet over Hem kunnen spreken. We kunnen het misschien niet, maar daarom is het nog wel goed om over God te spreken. Het is misschien heel wat om te spreken tot Degene over wie we eigenlijk niet kunnen spreken, maar daarom is het nog wel goed om tot Hem te spreken. Peter begint zijn boek met de mededeling dat hij eigenlijk niet eens over God durft te schrijven. Er is al zoveel over God geschreven. Wat heeft hij daar nog aan toe te voegen en wat durft hij daar eigenlijk aan toe te voegen? Toch doet hij het maar, want het is goed om over God te spreken en te schrijven.


Peter geeft een zeer degelijke introductie op de eigenlijke theologie, de Godsleer (letterlijk betekent theologie de leer van/over God) vanuit een 'emergent' perspectief. Hij grijpt terug op de mystieke theologie, omdat de mystici zeer goed hebben begrepen dat God de 'Onnoembare Multinoembare' is ("the unnamable is omninamable") en omdat zij altijd verborgenheid een plaats hebben gegeven in de goddelijke openbaring. God kan nooit worden gereduceerd tot een zuiver studieobject, want in geloof wordt God juist als het ultieme subject ervaren. God doorgrondt ons volledig, terwijl wij Hem nooit volledig kunnen doorgronden. Over onze Godskennis zouden we dus kunnen spreken van een 'wetende onwetendheid' ("knowing unknowing"). Probeer dat maar eens te volgen. Ik sprak eerder al eens over de steeds terugkerende paradox. Hier nog zo'n paradox. God maakt Zich bekend, terwijl we Hem nooit volledig kunnen kennen.


Maarten Luther sprak van de 'verborgen God' (Deus absconditus) en daarmee gaf hij reeds mooi weer dat wij Hem nooit kunnen doorgronden, al heeft Hij zich aan mensen geopenbaard. Ik heb nog maar een klein gedeelte gelezen van Rollin's zeer interessante boek, maar het daagt uit om verder te lezen. God is niet zomaar het meest volmaakte wezen die een mens zich zou kunnen voorstellen; God is zelfs altijd groter dan dat. God is Degene die enkel kan worden verstaan als onverstaanbaar ("the one who is conceived as inconceivable"). Als voorbeeld zegt Rollins dat je maar eens aan 50 verschillende mensen moet vragen om een essay te schrijven over "God is liefde." Dan zul je 50 totaal verschillende essays lezen. Waarom? De breedte, hoogte, lengte en diepte van de liefde van God gaat de kennis te boven (Efeziërs 3:18). We kunnen het eenvoudigweg niet volmaakt vatten, maar daarom kunnen we nog wel getuigen van wat we wel kunnen vatten. Als we ons bewust zijn van Gods grootheid, dan durven we niet zomaar Zijn aangezicht te zoeken, maar daarom is het nog wel goed om voortdurend in gebed tot Hem te spreken. "That which we cannot speak of is the one thing to whom and about whom we must never stop speaking."

maandag 13 augustus 2007

Parawat? Paradox, orthoparadoxie en paradoxologie.

Een paradox is een "schijnbare tegenstrijdigheid" volgens Kramers' Nederlands woordenboek. Het is een "ogenschijnlijk tegenstrijdige situatie. die lijkt in te gaan tegen ons gevoel voor logica, onze verwachting of onze intuïtie" volgens Wikipedia. Een bekend voorbeeld van een paradox is de zogenaamde leugenaarsparadox (zie ook Wikipedia), die als volgt te formuleren is: Deze zin is onwaar. Als voorgaande zin waar is, dan is hij niet waar en spreekt hij zichzelf tegen. Als de zin niet waar is, dan is hij ook niet waar en dus waar en dan spreekt de zin zichzelf ook tegen. Met andere woorden: deze zin is paradoxaal.
In het christelijk geloof ontmoeten we heel veel paradoxen. Twee waarheden die waar zijn, maar die we met ons verstand niet met elkaar kunnen verenigen. De goddelijke Drie-eenheid: God is één en God is drie. De natuur van Jezus Christus: Hij is volkomen goddelijk en volkomen menselijk. Heiligheid met betrekking tot een christen: in Christus zijn we heilig en toch zijn we helemaal geen heilige boontjes. Het Koninkrijk van God: het is reeds nu gevestigd en het is nog niet in vervulling gekomen. Onze plek in de wereld: we zijn niet van deze wereld en toch leven we in deze wereld. En ga zo maar door! We kunnen er met ons verstand niet bij. Bij al deze dingen zegt ons verstand: één van de twee waarheden kan toch maar waar zijn. En toch zijn ze allebei waar! Als we één van deze twee ten koste van de andere als waarheid erkennen, dan vervallen we gemakkelijk in onbijbelse dwaalleer, want dan maken we van de andere waarheid een onwaarheid. Dat doen we dus maar niet (hopelijk). Toch willen we het met ons verstand kunnen doorgronden. Dat is het gevaar voor iedere theoloog: de neiging om te willen doorgronden wat we niet kunnen doorgronden.
Aan het begin van mijn studie theologie heb ik direct de volgende boodschap meegekregen: je wilt antwoorden, maar je zult na je studie alleen maar meer vragen hebben. Ieder antwoord leidt tot meer vragen. Dit is ofwel een blijvende frustratie waar je geen vrede mee kunt hebben ofwel accepteer je op een gegeven moment dat je niet alles kunt begrijpen of verklaren. In het eerste geval is een theologiestudie gemakkelijk afbrekend voor je geloofsleven en in het laatste geval blijft theologie altijd een heerlijke en geloofsverrijkende studie. Als we leren te accepteren dat we heel veel dingen niet kunnen weten, dan ontwikkelen we één van de meest belangrijke christelijke deugden: nederigheid. Als we genoegen nemen met het feit dat we niet alles kunnen weten, dan geven wij onze vragen veel gemakkelijker over aan God, die alwetend is (1 Johannes 3:20). Rationele trots leidt dan tot irrationele overgave. Dat leidt trouwens als vanzelf tot een andere belangrijke christelijke deugd, namelijk geduld. Er komt een tijd dat al onze onbeantwoorde vragen worden beantwoord, maar daar moeten we nog even geduld voor hebben. "Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben" (1 Korinthiërs 13:12).
In de 'emergent conversation' speelt het paradoxale een belangrijke rol. Er wordt zelfs heerlijk mee gespeeld. Zo introduceert Friesen de term orthoparadoxie (Dwight J. Friesen, "Orthoparadoxy: Emerging Hope for Embracing Difference," In An Emergent Manifesto of Hope, 201-212). Deze term combineert de termen paradox, orthodoxie (de juiste leer) en orthopraxie (de juiste praktijk). In een modernistisch raamwerk stond orthodoxie centraal: het gaat erom dat we het juiste geloven en ons verstand speelt daarbij een belangrijke rol. In reactie daarop ontstonden vaak bewegingen die orthopraxie centraal stelden met het gevaar dat het verstand geen enkele rol meer speelt. Postmoderne theologie zal veeleer een orthoparadoxie voorstaan. Orthoparadoxie is veel meer op zoek naar een juiste balans. Orthoparadoxie stelt verzoening centraal. Het één moet niet ten koste gaan van het ander. De paradox moet niet worden opgeheven. De paradox moet juist door christenen hoog in ere worden gehouden. Sawyer introduceert dan ook de term paradoxologie (Nanette Sawyer, "What Would Huckleberry Do: A Relational Ethic as the Jesus Way," In An Emergent Manifesto of Hope, 47-48). Een doxologie (afgeleid van het Griekse woord doxa = eer, heerlijkheid) bezingt de heerlijkheid van God. Paradoxologie brengt ons daar waar we nooit zullen geraken als we zouden menen dat we alles met ons verstand kunnen doorgronden. Het maakt ons nederig en klein. En het geeft ons alle reden om God groot te maken in onze gedachten, in onze gesprekken, in onze liederen en in onze gebeden.
"O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!" (Romeinen 11:33)

zaterdag 11 augustus 2007

Nieuw? Nee, Robijn Intensief.

Enkele jaren geleden was de reclameslogan van het zogezegd ultieme wasmiddel Robijn Intensief: "Nieuw? Nee, Robijn intensief." Iemand heeft een prachtig blinkend t-shirt aan en als iemand anders vraagt 'Nieuw?' is het antwoord 'Nee, Robijn Intensief'. Het t-shirt is al heel oud, maar dit wasmiddel maakt het zo goed als nieuw. De reclameslogan is terug te vinden bij de letter 'R' als je in het zoekprogramma van http://nl.wikipedia.org/ intypt 'lijst van Nederlandstalige reclameslogans'. In deze lijst vind je daarbij nog vele andere bekende en onbekende reclameslogans. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is terug te vinden op de Vrije Encyclopedie Wikipedia!

Waarom deze intro? Om Robijn Intensief te promoten? Ach nee, ga alstublieft niet teveel af op misleidende reclamestunten. Als we dat doen, dan worden we gek, want dan bestaan er geen slechte produkten op de markt (m.u.v. de concurrerende produkten van het produkt zelf) en als we eindelijk een goed produkt hebben gevonden, dan is er in het volgende reclameblok alweer een betere op de markt verschenen. Ik vind de slogan gewoon leuk en ik gebruik het zelf ook wel eens. Daarbij kan ik met deze slogan wel een interessante vergelijking maken. Ik heb al voor verschillende groepen mensen inhoudelijk wat kunnen vertellen over de 'emergent conversation' (theologiestudenten, gemeenteleiders of gewoon geïnteresseerden met wie ik in gesprek ben) en heel vaak komt daarna de vraag naar boven: "Is dit nu zo nieuw?" Hmm, wat antwoord ik nu op zo'n vraag? Ik heb er altijd wel iets moois van kunnen maken, geloof ik, maar nu heb ik het perfecte antwoord gevonden: "Nee, Robijn Intensief."
Kunnen we nieuwe uitvindingen werkelijk nieuw noemen? Sommigen zullen zeggen van wel, omdat de uitvinding (neem bijvoorbeeld een DVD-recorder) niet eerder bestond. Anderen zullen zeggen van niet, omdat de eerste DVD-recorder is gemaakt met reeds lang bestaande materialen en vanuit reeds lang bestaande kennis. Wie heeft er gelijk? Ik zou zeggen beiden. We kunnen bij nieuwe uitvindingen, ontwikkelingen, inititatieven, etc. met Prediker uitspreken "er is niets nieuws onder de zon" en tegelijkertijd gebruiken mensen niet zonder reden zovaak het bijvoeglijk naamwoord 'nieuw'. Misschien kunnen we hier wel van een paradox spreken.
Ook in de 'emergent conversation' komen we deze paradox tegen. We vinden in de literatuur en in de blogs vaak het bijvoeglijk naamwoord 'nieuw' en toch wordt ook zeer regelmatig naar de 'traditie' verwezen. Een traditie is per definite niet nieuw. Het paradoxale antwoord op de vraag "Is dit nu zo nieuw?" is dat het niet nieuw en toch vernieuwend is. Natuurlijk is het vernieuwend, want de bijvoeglijke naamwoorden 'emergent' en 'emerging' (= opkomend) wijzen er direct op dat er iets opkomt wat nog niet eerder was opgekomen. En toch is het ook niet nieuw, want het komt niet op uit het niets. De wereldgeschiedenis kent uiteindelijk maar 1 creatio ex nihilo (schepping uit het niets), waarover je kunt lezen in de eerste hoofstukken uit de Bijbel. Maar wat maakt het nu eigenlijk uit of het al dan niet nieuw is? Een veel belangrijkere vraag is of het al dan niet goed is. Maar dat is weer een heel andere vraag, die ik niet voor de lezer ga beantwoorden.
Hier volgt nog even het antwoord van Tony Jones op de vraag 'Nieuw?': "Ahead are the days of a 'new' way of understanding and living Christianity where there is no distinction in faith and practice. Many will rightly say to themselves on reading such words: This is nothing new. This is just what the Christian faith has always called for--from Jesus to James--faith and works living in harmony. To which I would say, 'Amen.' This pursuit is not something new to the faith, but far too often it is something new in our experience" (Tony Jones, "Theology of Practice, Practice of Theology," In An Emergent Manifesto of Hope, 172). Nieuw? Nee, Robijn Intensief. Nieuw en niet nieuw tegelijk.